17 november 2025 - rstzorg

“Een luier verschonen doe je met z’n tweeën”

Geplaatst in:

Vandaag is het Wereld Prematurendag. Daniëlle Muller-Eisma, kraamverzorgende bij RST Zorgverleners, vertelt wat RST kan betekenen in de zorg voor te vroeg geboren baby’s én hun ouders. Maar ook: hoe zij het belang van deze zorg aan den lijve ondervond. “Ik begrijp nu pas écht wat ouders doormaken.”

Als kind wilde Daniëlle al kraamverzorgende worden. Zo geschiedde, vertelt ze thuis aan de eettafel in Ederveen. “Toen ik trouwde en over kinderen begon, opperde mijn man om eerst twee jaar te wachten. ‘Dan wel inclusief zwangerschap, als dat ons gegeven wordt!’, zei ik toen. Toen onze oudste tien jaar geleden werd geboren, vond ik het te pittig om het gezin te combineren met kraamzorg – ik moest destijds acht tot tien dagen van huis. Zodoende stapte ik over op de ouderenzorg. Tijdelijk overigens, want ik miste de kraamzorg ontzettend. Het mooiste aan kraamzorg? Dat de vreugde en dankbaarheid centraal staat.”

Op ergste voorbereiden

Fast forward naar Daniëlles vierde zwangerschap, van Josefien. Die verliep met toenemend veel bloedverlies en heftige buikpijnen rond de 22e week anders dan normaal. “Ik wist dat dit weeën kon stimuleren, en met 22 weken is een kind niet levensvatbaar, dus ik moest opgenomen worden. Rond de 24e week kreeg ik gesprekken met kinderartsen en neonatologen die me op het ergste voorbereidden. Dat zijn geen leuke gesprekken. De kans dat Josefien het zou halen, was dertig procent, en ze zou sowieso gehandicapt zijn. Tot 26 weken mag je kiezen wat er met je baby gebeurt, dus die keus moesten wij maken, wat ik enorm heftig vond. Wij kozen voor actief beleid, wat betekent dat ze er alles aan doen om de baby levend geboren te laten worden, mét een grote kans op handicaps. Er zijn ook ouders die kiezen voor passief beleid, wat betekent: niets doen.

Artsen zeiden: ‘Als je wilt dat je kind topsporter wordt, moet je niets doen’. Na 24 weken en vier dagen werd Josefien – wat betekent: God voegt toe – geboren, kerngezond. Inmiddels is ze drie.” Daniëlle pakt er een handgemaakt popje bij, nog geen onderarm groot. “Deze hebben we speciaal laten maken, als aandenken, ze was precies zo licht en klein. Haar geboorte heeft ons dichter bij God gebracht, juist omdat niemand een kerngezonde baby mogelijk achtte. Later zeiden artsen: zindelijk worden is voor prematuren echt pittig. We zijn haar nu zindelijk aan het maken, dat doet ze fluitend. Ze is een levend wonder.”

Is er iets wat jou tijdens het hele traject, ondanks al je ervaring als kraamverzorgende, nog verbaasde? Of heb je iets nieuws ontdekt?
“De impact van een vroeggeboorte op je gezin. Mijn zoon zegt weleens als ik Josefien corrigeer: ‘Niet zo boos doen, ze is wél te vroeg geboren!’ Ik heb twee weken in het ziekenhuis gelegen, en dan ontdek je dat er twee compleet verschillende werelden zijn. We wilden dat de kinderen met zo min mogelijk verschillende oppassers te maken zouden krijgen, dus vooral onze ouders hebben dat opgepakt. Daarnaast werd er vier keer per week voor ons gekookt.

En omdat Josefien kort na de geboorte zó extreem kwetsbaar was, telden we eerst elke minuut, daarna elk uur, toen elke dag. Ik heb een foto waarop ik naar een monitor kijk, terwijl Josefien op mijn borst ligt, haar hoofdje zo klein als een mandarijntje. Heel typerend voor ouders van premature baby’s: de monitor vertelt hoe het met je kind gaat. Die spanning begrijp je pas als je het zelf meemaakt.”

Hoe zag de zorg thuis – couveuse nazorg – er vervolgens uit?
“Een collega kwam kramen. Zij vroeg: ‘Wat wil je?’ Ik wilde alle gordijnen dicht en geen bezoek, panisch dat haar iets zou overkomen. Ik wilde alleen maar naar Josefien kijken, tijd inhalen! Mijn collega maakte er een feestje van, een mini-kraamweek, hoewel ik fysiek al volledig hersteld was. Toch was het enorm spannend om geen monitor te hebben, ik moest leren vooral goed naar Josefien te kijken. In het ziekenhuis houden allerlei hulpverleners nog een vinger aan de pols, thuis niet meer. Dat is ook precies de toegevoegde waarde van een kraamverzorgende na een vroeggeboorte; je hoeft ouders niet meer te vertellen wat een huiltje betekent, maar leert hun wel thúis omgaan met hun kind.”

Verleen jij door jouw persoonlijke ervaringen nu op een andere manier uitgestelde kraamzorg dan je eerder deed?
“Zeker. Met de kennis van nu zeg ik: wat heb ik die ouders tekortgedaan. Je moet hen laten praten, niks invullen, vragen wat zíj willen. Het ene gezin wil vooral bijslapen, een ander wil dat ik zo veel mogelijk uitleg. Ik laat zien dat ik goed op hygiëne let, dat zijn ze gewend vanuit het ziekenhuis. Het is zó belangrijk om te benadrukken: je bent nu thuis, jullie kind is gezond. Natuurlijk zie ik prematurengedrag – kreunen, persen – maar ik zie ook een baby’tje dat goed groeit, alert is, lekker slaapt. Dat benoem ik.”

Vandaag is het Wereld Prematurendag. Belangrijk?
“Voor ouders die het doormaken en voor de verpleegkundigen op de IC zeker. Het is zulk specialistisch werk. Een luier verschonen doe je met z’n tweeën – eentje houdt de baby vast om geborgenheid te geven – en duurt een halfuur. Gelukkig hebben wij geen infecties meegemaakt, maar vaak gebeurt dat wel, net als darmafsluitingen, of gevaarlijke openingen bij het hart. Het is prachtig om zelf uitgestelde kraamzorg te verlenen, ik begrijp nu écht wat ouders doormaken.”

Tekst: Wilfred Hermans